10 aug Als onmacht zich vermomt als boosheid
Soms hoor je iets voordat je begrijpt wat er gebeurt.
Een scherp geluid in de supermarkt.
Een alarm? Een krijsend kind? Iets dat valt?
Ik kijk om me heen en zie een vrouw met een vuurrood gezicht. Ze komt me bekend voor, maar zij herkent mij duidelijk niet. Daarvoor zijn te veel jaren verstreken. Jaren waarin haar lichaam ouder is geworden en ruimer in haar jas lijkt te hangen.
Haar rollator kraakt onder de kracht waarmee ze erop leunt. Aan haar mond hangt een oranje fluitje, fel tegen haar vale lippenstift. Na het oorverdovende signaal stopt ze het resoluut terug onder haar wijde jas.
Een ontmoeting tussen boosheid en machteloosheid
Ik loop naar haar toe en vraag voorzichtig:
“Kan ik u helpen?”
Haar reactie is direct.
“NEE, dat moet HIJ doen.”
Ik vraag wie ze bedoelt.
“Die jongen van de aardappelen!”
Ze roept het bijna. Haar toon laat weinig ruimte voor een gesprek. Toch probeer ik het nog eens.
“Bent u boos?”
Een overbodige vraag, merk ik meteen.
“JA! En HIJ moet me helpen. Daar wordt hij voor betaald!”
Ik loop verder, ongemakkelijk. Niet omdat ik me persoonlijk aangevallen voel, maar omdat de situatie doordrenkt is van onmacht. Tegelijk komt er een ander woord in me op:
Onmachtsmisbruik.
Arme jongen van de aardappelen.
Wanneer oud gedrag zichtbaar wordt
Terwijl ik een gangpad insla, komt langzaam een herinnering boven. De volksuniversiteit. Dáár ken ik haar van.
Ze volgde er ooit een cursus, niet zozeer om de taal te leren, maar vooral voor de gezelligheid en het goede leven. In haar beleving hoorde daar vooral Frankrijk bij.
Moeilijke vragen stelde ik haar liever niet. Daar zat ze niet op te wachten. Haar harde lach vulde regelmatig het lokaal en verstoorde meer dan eens de opdrachten die ik had voorbereid.
Nu kijk ik daar anders naar.
Misschien was die lach geen vrolijkheid, maar bescherming. Een manier om ongemak te verbergen en niet gezien te worden in wat ze niet wist, niet durfde of niet kon.
Ik vraag me af:
- Had ik dat toen beter kunnen zien?
- Had ik haar als docent een andere richting kunnen geven?
- Was ze dan anders ouder geworden?
- Misschien iets zachter?
Ik weet het niet.
De andere kant van dezelfde vrouw
Even later zie ik haar opnieuw, ditmaal bij de soepzakken.
Geen fluitje. Geen gebrul. Geen harde toon.
Ze praat vriendelijk met een meisje dat even lijkt te ontsnappen aan het vakkenvullen. Bijna zoet, bijna charmant. Alsof er niets is gebeurd.
En dan denk ik:
Ze kan het dus wel.
Vriendelijk zijn. Afstemmen. Contact maken zonder strijd.
Dat stelt me gerust, maar maakt haar eerdere uitbarsting ook schrijnender. Blijkbaar is er een keuze, of op zijn minst een verschil. Afhankelijk van wie tegenover haar staat, hoeveel controle ze ervaart en hoeveel onmacht er op dat moment in haar lichaam huist.
Wat gebeurt er onder gedrag?
Op weg naar de uitgang stel ik me voor dat ze deelnemer is aan een van de modules op het Instituut.
Hoe zou ze reageren binnen de Mensheidsverhalen?
Wat zou zichtbaar worden bij de Biografische Blauwdruk?
Zou ze bereid zijn haar levensverhaal tegen het licht te houden?
Ik vraag me af of ik haar daar beter had kunnen bereiken dan in de supermarkt. Of ik beter had kunnen afstemmen, vertragen en zien wat onder haar gedrag lag.
Want gedrag is zelden alleen gedrag.
Achter boosheid kan veel schuilgaan:
- schaamte;
- angst;
- verlies van controle;
- eenzaamheid;
- oud zeer;
- machteloosheid;
- het gevoel niet meer mee te tellen.
Wanneer iemand geen woorden heeft voor die binnenwereld, komt die soms naar buiten als lawaai. Als bevel. Als aanval. Als een fluitje in een supermarkt.
Met meer stuurmanskunst door het leven
Wat zou het mooi zijn geweest als ook zij haar levensverhaal had willen onderzoeken. Niet om zichzelf te veroordelen, maar om zichzelf beter te begrijpen.
Misschien had ze dan anders door het leven kunnen bewegen. Met minder kracht, minder strijd en minder behoefte aan het fluitje als noodrem.
Misschien had ze kunnen leren laveren met meer stuurmanskunst.
Door te praten.
Door terug te kijken.
Door patronen te herkennen.
Door te ontdekken waar haar boosheid werkelijk begon.
Misschien had ik haar dan zonder fluitje op pad gestuurd.
Niet omdat ze geen geluid mag maken, maar omdat ze wellicht een andere manier had kunnen vinden om gehoord te worden.
Al was het maar in de supermarkt.